Mirjam Mieras

atelier

In het Stedelijk Museum exposeer ik een kort moment de elastiekjesarmband die mijn nichtje voor me maakte. Op de achtergrond is een deel van Karel Appels muurschildering te zien.

Op vakantie valt mijn oog op details, vaak mis ik het adembenemende vergezicht omdat een schaduw of een tak mijn aandacht trekt. Foto’s zoals deze zijn geen beeldend werk of onderzoek maar soms wel een aanleiding voor een tekst.

Mijn nichtje komt vaak op het atelier. Ze maakt met gemak zes penningen in een uur. Ik kijk mijn ogen uit als ze aan het werk is. Ze is ook heel goed in ‘wildknippen’ zoals ze dat noemt. Knippen zonder na te denken, dat doe ik haar niet na.

Mijn neefje komt graag af en toe knutselen op het atelier. Zijn artiestennaam is Dimmi. Hij moet altijd grinniken om de bananen die we eten tijdens het werken.

Op vakantie kan ik het niet laten een prinses te maken van een klaproos in de berm. Het voelt vertrouwd de ragfijne jurk van de klaproosprinses te schikken.

Hoe vaak kwam een wasknijperhoutje al niet van pas in het atelier? Het is een ideale wig, een verfhoutje, een schuurhoutje, een boetseerhoutje maar ook een stutje. Bij het monteren van twee gipsvormen voorkwam een wasknijperhoutje dat de blokhaak zou roesten op het natte gips.

Een piepklein herdertje met een schaap en een ezel bevolken een chocoprins. Ik had het tafereel nodig voor de lezing: de penning is een eiland. Ik kreeg de vilten figuurtjes ooit cadeau met Kerst. De os en een tweede schaap pasten niet op het kleine eiland van chocola. De zee rondom het eiland is een dweil. De chocoprins at ik op na het maken van de foto.

In de keramiekoven van Hugh West ligt een gezamenlijk werk klaar om gestookt te worden. Voor een expositie in het Centre Ceramique van La Borne, Frankrijk werkten Hugh en Christine West samen met Hester Mieras en mij aan een werk dat gaat over onze vier ateliers. Ik hoop op mooie, zwarte plattegronden en beige muren die naast elkaar gelegd doen lijken of we buren van elkaar zijn.

foto: Hugh West

Op de gang van het Amsterdams atelier is het ruim en licht. Regelmatig doe ik een klusje op de gang of drink er thee met André.

In Noorwegen ben ik tien dagen te gast in het bedehus, het atelier van Tim en Hanneke.

In het voormalige kerkje is het ruim en stil, zomerlicht valt op de werktafel.

Ik werk met wat voor handen is: een rol gegomd papier, een pak A4-papier uit de Spar van Evje en ansichten uit de Joker-supermarkt van Bygland.

De nieuwe ladenkast.

De penningen zijn verpakt en kunnen worden gebracht naar de opdrachtgever.

De 22 J.C. Pompe-penningen in hun doos.

De onderdelen van de J.C. Pompe-penning worden geassembleerd.

De rvs schijf wordt ingeklemd tussen glazen plaatjes en geschuurd.

De J.C. Pompe-penning in rvs is opgehaald bij Observator Instruments.

Er is een opdracht binnengekomen van de Nederlandse Vereniging van Pathologie, de eerste plannen zijn gemaakt.

Op de binnenplaats van de Koninklijke Nederlandse Munt is het goed werken aan de gipsen voor de euromunt 2012.

De tafel ligt vol euro-schetsen, het is tijd voor beraad met thee en chocola.

Hester Mieras en Mark Kocera zijn onontbeerlijk in het ontwerpproces. Zij behoeden mij voor ernstige truttigheid en verzorgen de typografie.

Soms verplaatst het atelier, naar Finland of naar Frankrijk.

Op de knipmiddag in de galerie wordt flink geknipt.

Het werk hangt in de galerie, drie weken lang is dit mijn atelier. Ik kijk, schik, kijk.

Het te exposeren werk ligt gereed in dozen en kokers in de galerie.

Het atelier meet 4 × 4 meter en bergt materialen, gereedschappen, documentatie, zooi, plannen en werken. Een klein atelier zet aan tot kleine werken. Dat is logisch of misschien een excuus? Soms verlang ik naar een immens atelier, al is het alleen maar vanwege ijsberen en galm. Tot op heden verzoende ik mij met de beperkingen en ging aan de slag.

De meeste plannen prijken voor korte of langere tijd op het prikbord. Er zijn een paar redenen om een werk weer van het prikbord te verwijderen; het is goed bevonden en blijft bewaard, het is niet goed bevonden en kan weggegooid. Sommige werk hangen lang op het prikbord omdat ik geen keus kan maken. De categorie matig of studie is vlees noch vis maar bewaar ik wel.

Lapjes, lintjes, poesieplaatjes, karton, papier, ansichten en fotokopietjes zijn de belangrijkste voorraden in het atelier. Deze kleine verzamelingen zijn om in te grasduinen, om ideeën in uit te proberen. Ze zijn eenvoudig te bewerken. Geen lawaai, geen stof, weinig kosten.

Plannen en schetsen stapelen zich letterlijk op. Vaak is het interessanter een vervolgwerk te maken dan een definitieve versie. Alleen een deadline is een garantie dat een schets tot een definitief werk wordt, op het juiste formaat, in de juiste papierkwaliteit.

Een kussentje van fluorgeel klittenband leek mij de ideale verpakking voor een penning. Dat bleek op de juiste breedte alleen te bestellen per 25 meter. Twee rollen, lus en haak, arriveerden per post. Knetterend van kleur, beeldschoon maar bij nader inzien niet geschikt voor de penning. Het moest zwart zijn, ook 25 meter lus en haak, per post.

In archiefdozen (papierwerk) of lades (penningen) liggen de werken bewaard. De categorie staat met potlood vermeld op de doos: goed, matig, studie, kleur, snippers, kanten kleedjes, malletjes, schetsen, ansichten. De laatjes hebben een etiketje: voorraad, brainstormkaartjes, euro’s, zuidpool, lustrum, geheim geheim, de Bilt, perspectief.

Zonlicht gaat met een werkje op het prikbord aan de haal.

Dierbare werken uit het verre verleden staan verpakt in een verhuisdoos. Eén exemplaar zwerft door het atelier. Deze auto in brons kreeg jaren na het gieten zijn uitlaatgassen. Een restje fieberfill en een plakbandje maakten het werk af. Het is het enige beeldje in brons.

Ook lelijke poesieplaatjes zouden tot een goed werk moeten kunnen uitgroeien. Meeliften op schoonheid zit er dan niet in. Een weerbarstige ingreep is wellicht een oplossing voor deze foute plaatjes met glitters.

Schetsen en plannen maken is leuk. Van het een komt het ander en voor je het weet heb je een berg probeersels en een atelier als een puinhoop. Met een beetje geluk komt er uit de chaos een helder idee in kloeke vormgeving tevoorschijn. In zekere zin is het schetsproces een vorm van hardop denken, het idee krijgt vorm maar ziet er niet uit, een volgende schets is al beter maar nog niet goed. Tegen de tijd dat de schets zijn definitieve staat nadert begin ik me af te vragen of het idee eigenlijk wel goed was. Eén penningontwerp geeft minstens een HEMA-krat vol probeersels.

De beste invallen komen tijdens het fietsen door de stad, van huis naar atelier of van atelier naar huis.

Het arsenaal aan gereedschappen is eenvoudig. Met een mesje, een lineaal, een snijmat kan ik alle kanten op. Holpijpjes en een hamer bieden weer andere mogelijkheden. Het ouderwetse strijkijzer, met vilt op het strijkoppervlak, is een soort van presse papier.

Ik maakte een klein prikbord om te zien of het misschien de juiste presentatie is voor een werk. Bij het verven sloeg ik geen acht op de achterzijde waardoor het paneeltje krom trok. Gelukkig had ik bij de houthandel meer dan één paneeltje laten zagen.

Voor ik vertrek veeg ik het atelier. Meestal liggen er snippers soms draadjes, broodkruimels of klittenband. De snippers bewaar ik in een doos waar op staat snippers. Het is een aantrekkelijke verzameling afdankertjes.

Na het opruimen en vegen van het atelier wellen de alternatieven op: als ik het plan nu eens ondersteboven, achterstevoren, binnenstebuiten keer? Mijn vingers jeuken. Ik neem plaats aan de leeggeruimde werktafel en begin opnieuw.

Uitbesteden is leuk. Ik trof bedrijfjes waar ik keer op keer iets liet maken. Ik kom met veel plezier over de vloer bij een grafeerbedrijf, instrumentmaker, zeefdrukker, cartonnagebedrijf, vertaler, typograaf, magnetenfabriek, verenstaalbedrijf, lichtdrukker en fotograaf.

Soms is het werkproces visueel interessanter dan de werken zelf. De snippers trekken een aantrekkelijk spoor door de ruimte. Mogelijk is dat een uitgangspunt voor een nieuw werk?