17.04.08

De bomen in de tuin kwijnen, rotsige grond op 800 meter doet hen geen goed. In de top van de naaldboom uit Brazilië groeien takken als kreupelhout. De buitenissige collectie bomen uit verre werelddelen is lang geleden door George met liefde in de grond gezet en vormt sindsdien een schamel bosje.
In het jaar dat George in zijn tuin tomaten kweekte onder glas, organiseerde hij de poëzieavond. Op stoelen uit alle keukens van het buurtschap zaten gasten in de zomeravond en George deelde in het halfduister soep uit en reikte lepels aan. Tegen de gevel van zijn huis stond een ladder die leidde naar het open slaapkamerraam, het kozijn versierd met lampjes. Dichters uit de streek waren te gast en lazen voor uit eigen werk, het publiek luisterde en at soep. George waste in de keuken kommen af en raapte de theedoek op van de grond. Hij was blij met de poëzie, de gasten en het vallen van de avond. ‘Mon verre est plein d’un vin trembleur comme une flamme’ droeg hij voor uit zijn hoofd, ‘Ecoutez la chanson lente ’d un batelier.’
Applaus verwaaide. De buurman keek, zittend op zijn eigen keukenstoel, naar het kleuren van de wolken achter het dorp. Een dichter beklom de ladder, stapte door het raam naar binnen, keek op het gezelschap in de tuin, ademde in en stak van wal.
Met de tomaten liep het niet goed af. Nog voor de oogst verflauwde Georges lust voor tomaten. Wat overbleef waren de kassen en het verlangen naar een nieuwe verzameling.
De zomer daarop stond er tussen de bomen een muur van konijnenhokken vol prijskonijnen: met vlekken, met hangoren, met zacht-bruine vacht en met jongen. George vertelde hartstochtelijk over de kruisingen waar hij zijn zinnen op had gezet.
En de zomer daarop werkte hij aan een roman. Daarna kwamen de ganzen en eenden die, om de stammen van de bomen heen, de tuin volledig kaalvraten.